Oorkaarstherapie

Geschiedenis

Oorkaarsen is een ritueel dat al eeuwen oud is. Haast al de oudere volksstammen kennen het gebruik. Het proces was bijvoorbeeld gekend bij de Maja en de Azteken maar ook in China en India, Tibet en Egypte. In onze cultuur is het overgebracht uit de Amerikaanse indianencultuur.
Eén of andere vorm van was of een brandbare substantie werd gebruikt als drager van kruiden die werden ingebracht in kegelvormige instrumenten. Oorspronkelijk maakte men gebruik van kegelvormige buisjes in aardewerk of glas, waarin spiraalvormige lijnen werden aangebracht en waar de brandende kruiden in konden afdalen of werd er in het pijpje aan de onderkant een klein filtertje aangebracht waar kruiden op gebrand werden. Voor elke aandoening gebruikte men een ander kruid.
De Chinezen gebruikten kleine bamboestaafjes, gedrenkt in kruiden en oliën en bij de Tibetanen werd het gebruik van vuur vervangen door het maken van klanken van metalen staafjes rond het oor om op deze manier trillingen te veroozaken.
Bij de Indianen werkte men met vuur. Sommige stammen drenkten buffelhuid in kruiden en oliën en rolden dit dan op tot oorkaars. Anderen namen de rook van de kruiden in de mond en bliezen deze in het oor. Maar ook zij vonden snel een andere manier uit zoals het oprollen van papier en daar doorheen blazen. Later is men dan overgegaan tot het maken van de oorkaarsen op basis van echte bijenwas gemengd met kruiden.


(Martin Gashweseoma
Traditioneel hopi-stamhoofd)